De historische positie van de vrouw verdient veel meer aandacht dan ze tot op heden gekregen heeft. Heel wat sterke vrouwen domineerden de voorbije eeuwen tijdelijk het politieke en sociale leven. Hoe verder we teruggaan in de tijd, hoe minder prominent de vrouw in de geschiedenisboeken naar voren lijkt te komen. Nochtans draaien vrouwen al heel lang mee op het maatschappelijke voor- en achterplan én lieten ze belangrijke sporen van hun ondernemingszin achter.
Maria-Anna Van den Tympel
Het Kasteel van Horst in Holsbeek heeft heel wat te danken aan zo’n markante vrouw. Maria-Anna Van den Tympel (1606-1658) werd geboren uit een welgesteld geslacht. Haar moeder was van een adellijke familie, de van Schoonhovens, terwijl de familie van haar vader zich had opgewerkt. De Van den Tympels waren lakenhandelaars en hadden geleidelijk hun handel verruild voor eigendommen en ambten in het Leuvense, zoals burgemeester, schepen en meier. Ongetwijfeld kreeg Maria-Anna een opvoeding die paste bij haar stand. Ze leerde o.a. Frans en wellicht Latijn. Ze werd ook zeer katholiek opgevoed, wat paste binnen de contrareformatieve politiek van de heersende aartshertogen Albrecht en Isabella. In 1636 huwde ze op stand, met haar achterneef Albert Mulert, graaf van Hautreppe.
Familiaal ongeluk, financieel geluk
Samen betrokken ze een ‘Hotel’ in Brussel. Familiaal gezien had het paar echter weinig geluk. Na diverse miskramen kon Maria-Anna één kindje ter wereld brengen, maar het was geen lang leven beschoren. Ook haar man Albert stierf jong: nog voor zijn veertigste werd hij getroffen door een mysterieuze ziekte. De status van jonge douairière bracht echter nieuwe kansen en verantwoordelijkheden met zich mee. Als universeel erfgenaam van haar man werd Maria-Anna gravin van Hautreppe, gravin van Mulert, vrouwe van Essenbeek en eigenares van het Hotel in Brussel.
Van den Tympel en het Kasteel van Horst
Midden 17de eeuw erfde ze ook nog eens het Kasteel van Horst langs moederszijde. Hoewel de weduwe door haar rijkdom en titels een bijzonder aantrekkelijke partij vormde, was een nieuw huwelijk geen optie. Omdat Maria-Anna vermoedelijk niet kon zorgen voor erfopvolgers, zouden bij een tweede echt alle bezittingen naar de familie van haar man gaan. Naar alle waarschijnlijkheid koos Maria-Anna er daarom voor om haar goederen zelfstandig te beheren.
Ze beschikte over vele prestigieuze verblijfplaatsen, maar bracht de laatste jaren van haar leven voornamelijk door in Horst en liet er bouwwerken uitvoeren. Als vrouwelijke ‘bouwheer’ was ze een buitenbeentje tussen haar overwegend mannelijke collega’s. Ze gaf opdracht om op het domein een nieuwe kapel te bouwen, waar driemaal per week de mis werd opgedragen. Daarnaast liet ze de ridderzalen van Horst rijkelijk decoreren met de befaamde stucwerken van Hansche en gaf ze er heel wat feesten voor haar gasten. Voor haar koetsen, die haar o.a. naar haar stadswoning in Leuven brachten, liet ze een imposant wagenhuis met stallingen bouwen.
De documenten die ons resten van Maria-Anna schetsen een beeld van een sterke, welgestelde vrouw die – mede dankzij haar rijkdom – een ‘geëmancipeerd’ leven kon leiden. Vanden Tympel was echter niet de enige kasteeldame in haar tijd die haar eigen boontjes moest doppen. Veel echtgenotes van voorname kasteelheren runden een kleine onderneming met een zestal dienstpersoneelsleden, hielden rekeningen bij, ..., net zoals Maria-Anna.